ECLI:NL:CRVB:2008:BF3991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na deskundigenonderzoek en beoordeling beperkingen
Appellante, voormalig postbesteller, kreeg een WAO-uitkering wegens rug- en psychische klachten. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waarna haar uitkering werd ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en bracht een rapport in van een psychiater die een ernstiger medische situatie stelde. De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige geschiktheid, maar liet het rechtsgevolg van de intrekking in stand.
In hoger beroep onderzocht een door de Raad ingeschakelde onafhankelijke psychiater de situatie en concludeerde dat appellante wel in staat was tot arbeid binnen de beperkingen. De Raad volgt deze deskundige, oordeelt dat het hoger beroep faalt en bevestigt het eerdere vonnis.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 september 2008.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor de aan haar voorgehouden functies.