ECLI:NL:CRVB:2008:BF3253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking Wajong-uitkering wegens medische beperkingen
Appellant ontving sinds 1992 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering. Na een herbeoordeling in 2004-2005 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 11 mei 2005 in. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van bijkomende beperkingen en psychische klachten en verzocht om aanvullend onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische gegevens geen aanleiding geven om de beperkingen hoger te schatten dan vastgesteld. Wel acht de Raad de toelichting en onderbouwing van de geschiktheid van de functies in medisch opzicht pas met het laatste arbeidsdeskundig rapport voldoende. Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, met behoud van de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot intrekking van de Wajong-uitkering, behoudt de rechtsgevolgen en veroordeelt het UWV in de proceskosten.