ECLI:NL:CRVB:2008:BF2445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens duurzame zelfstandige inkomsten
Appellante ontving sinds 1994 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV besloot haar uitkering te korten en uiteindelijk in te trekken vanwege inkomsten als zelfstandige die de fictieve arbeidsongeschiktheid aanzienlijk verminderden. Appellante stelde dat haar inkomsten niet correct waren betrokken en dat terugvordering onterecht was, maar de voorzieningenrechter wees haar beroep af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de voorzieningenrechter. De Raad oordeelde dat het UWV terecht artikel 44 van Pro de WAO toepaste en dat appellante redelijkerwijs wist dat haar inkomsten de uitkering zouden beïnvloeden. Ook was er geen grond om af te zien van terugvordering op basis van artikel 36a van de WAO.
De Raad concludeerde dat de inkomsten uit zelfstandige arbeid over de jaren 2002 tot en met 2004 correct waren betrokken bij de berekening van de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag worden bevestigd.