ECLI:NL:CRVB:2008:BF1273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks pijnklachten
Appellante was werkzaam als meewerkend voorvrouw en schoonmaakster en ontving sinds maart 2004 een Ziektewetuitkering na een valincident bij een noodstop van een tram. Het Uwv besloot per 10 juni 2005 het ziekengeld te beëindigen omdat zij volgens medisch onderzoek geschikt was voor haar eigen werk. Appellante maakte bezwaar met verwijzing naar pijnklachten en een chronisch pijnsyndroom, ondersteund door haar revalidatiearts en andere medische rapportages.
De bezwaarverzekeringsarts voerde aanvullend onderzoek uit, inclusief een arbeidskundig onderzoek, en concludeerde dat appellante de werkzaamheden kon verrichten zonder overschrijding van haar belastbaarheid. De Raad nam deze bevindingen over en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet zodanig dat zij haar werk niet kon doen.
De Raad verwierp de stellingen van appellante dat de functies te belastend waren, ook gelet op de omvang van 58 uur per week. De Raad vond geen voldoende medische grondslag om het besluit van het Uwv onjuist te achten en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt bevestigd.