ECLI:NL:CRVB:2008:BF1231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering functiesignaleringen
Appellante, laatstelijk werkzaam als bloembollenplantster en aardbeienplukster, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken na een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij in staat was tot licht fysiek werk zonder stresserende omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch oordeel en de geschiktheid van de geduide functies werden bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name haar angstklachten en beperkingen in reizen en werken. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was en dat de bezwaarverzekeringsarts de ernst van de klachten niet bevestigd zag in de medische dossiers. De bezwaararbeidsdeskundige lichtte toe dat er geen medische noodzaak was om rekening te houden met de beschikbaarheid van werk in de directe woonomgeving.
De Raad stelde echter vast dat pas in hoger beroep alle signaleringen bij de functies voldoende waren toegelicht, waardoor het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Daarom werd de aangevallen uitspraak vernietigd en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.