ECLI:NL:CRVB:2008:BF1191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling
Appellant, werkzaam als medewerker rozenkwekerij, werd sinds 1993 arbeidsongeschikt gemeld wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2005 door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna het UWV de uitkering introk per 4 maart 2006.
Appellant maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure bij de rechtbank Rotterdam, die het bezwaar ongegrond verklaarde. In hoger beroep richtte appellant zich op de medische grondslag van het besluit, stellende dat zijn psychische klachten onveranderd waren gebleven en dat de volledige arbeidsgeschiktheid onbegrijpelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, mede door betrokkenheid van huisarts en Riagg, en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die de belastbaarheid van appellant in twijfel konden trekken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige medische herbeoordeling.