ECLI:NL:CRVB:2008:BF0846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over arbeidsongeschiktheid na onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant, een straatmaker, werd sinds 1999 ziekgemeld met schouder- en rugklachten. Het UWV had aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld van 15-25%. Na bezwaar en herbeoordeling handhaafde het UWV dit percentage, maar trok later een besluit in omdat een aan de schatting ten grondslag gelegde functie verviel. De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk in beroep tegen het intrekkingsbesluit.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende had onderzocht welke gevolgen het wegvallen van de functie had voor het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het UWV erkende dat een arbeidskundige herbeoordeling nodig was en liet deze uitvoeren. De arbeidsdeskundige concludeerde dat het percentage 15-25% bleef. De Raad oordeelde dat het intrekkingsbesluit vernietigd moest worden wegens een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag en dat ook het eerdere besluit vernietigd moest worden omdat de arbeidskundige motivering pas in hoger beroep was aangevuld.
De medische beoordeling werd als voldoende onderbouwd beschouwd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven echter in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd en de beroepen van appellant worden gegrond verklaard met inachtneming van de rechtsgevolgen.