ECLI:NL:CRVB:2008:BF0265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en functiebeoordeling
Appellante, voormalig bejaardenverzorgster, kreeg een WAO-uitkering wegens rug- en nekklachten na een auto-ongeval. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en trok de WAO-uitkering per 12 juli 2005 in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek en de onderbouwing van de geschiktheid van functies voldoende zorgvuldig waren. In hoger beroep voerde appellante aan dat de urenbeperking ten onrechte was vervallen en dat de medische rapportage onvoldoende was, evenals dat de intrekking in strijd zou zijn met het EVRM.
De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief overleg met een stafverzekeringsarts en rapportage door een bezwaarverzekeringsarts. De geschiktheid van de functies was adequaat onderbouwd, ook met betrekking tot haar dyslexie. De stelling over strijd met het EVRM werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de intrekking van de WAO-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na voldoende zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.