ECLI:NL:CRVB:2008:BF0226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, welke intrekking was gebaseerd op een medische en arbeidskundige beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant zijn stelling dat zijn beperkingen waren onderschat niet met medische gegevens had onderbouwd. Wel stelde de Raad vast dat het UWV in strijd met de Algemene wet bestuursrecht het medische rapport niet in de bezwaarfase aan appellant had gezonden, maar oordeelde dat appellant hierdoor niet was benadeeld omdat er in de beroepsfase alsnog op het rapport kon worden gereageerd.
Ten aanzien van de arbeidskundige onderbouwing concludeerde de Raad dat deze pas in hoger beroep toereikend was gemotiveerd en dat het UWV had aangetoond dat er passende functies waren die appellant kon vervullen. De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege schending van het motiveringsvereiste, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens wees de Raad het UWV aan om de proceskosten van appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.