ECLI:NL:CRVB:2008:BF0179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding inkomstengrens en geen schending vertrouwensbeginsel
Appellant had een bijstandsuitkering die op 12 februari 2002 werd ingetrokken omdat hij inkomsten had die de toepasselijke bijstandsnorm overschreden. Het College verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking in 2006 ongegrond en de rechtbank wees het beroep daarop af. In hoger beroep betoogde appellant dat de inkomsten uit zijn werkzaamheden als hoofdredacteur slechts onkostenvergoedingen waren en dat het College hem een voortzetting van de bijstand had toegezegd.
De Raad stelt vast dat appellant in december 2001 en januari 2002 daadwerkelijk inkomsten uit arbeid boven de bijstandsnorm ontving en dat hij in februari 2002 aangaf dat deze inkomsten zouden toenemen. Daarom was het College terecht van oordeel dat appellant niet langer bijstandbehoevend was. De Raad benadrukt dat ook inkomsten waarover iemand redelijkerwijs kan beschikken, meetellen voor de bijstand, niet alleen expliciete loonbetalingen.
Verder is niet gebleken van duidelijke en ondubbelzinnige toezeggingen door het College om de bijstand voorlopig voort te zetten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt daarom. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens overschrijding van de bijstandsnorm en geen schending van het vertrouwensbeginsel.