ECLI:NL:CRVB:2008:BF0001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks medische klachten en verzuimrisico
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen vanaf 6 november 1998. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zowel de medische als arbeidskundige grondslag van het besluit werden bevestigd.
Appellante stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten door de ziekte van Ménière, een middenrifbreuk en schildklierklachten, alsmede met het door haar huisarts aangegeven verzuimrisico van één à twee keer per week. Zij vond dat een onafhankelijk medisch deskundige geraadpleegd had moeten worden en dat de eerdere WAZ-beoordeling met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid niet was meegewogen.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens voldoende waren en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De klachten van het middenrif waren pas na de beoordelingsdatum ontstaan en dus niet relevant. De geselecteerde functies waren geschikt geacht ondanks de beperkingen en het verzuimrisico werd niet als zodanig hoog beoordeeld dat het een werkgever zou weerhouden om appellante in dienst te nemen.
De afwijkende eerdere WAZ-beoordeling kon de huidige beoordeling niet beïnvloeden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellante.