ECLI:NL:CRVB:2008:BE9841
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning en uitkering vervolgingsslachtoffer na Japanse bezetting
Appellant, geboren in 1931 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in september 2006 om erkenning als vervolgingsslachtoffer en toekenning van een WUV-uitkering. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat appellant tijdens de Japanse bezetting niet geïnterneerd was in een bewaakte verblijfplaats en niet was vervolgd op grond van ras, geloof of Europese afkomst. Ook werden naoorlogse gebeurtenissen niet meegewogen.
Appellant voerde in beroep aan dat de Japanse bezetting mede leidde tot de Indonesische opstand en dat hij onderwijs werd ontzegd, maar de Raad stelde vast dat appellant geen vrijheidsberoving had ondergaan zoals bedoeld in de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De Raad oordeelde dat de Wet alleen ziet op vervolging tijdens de bezettingsjaren en dat omstandigheden na de Japanse capitulatie niet relevant zijn.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van erkenning en uitkering als vervolgingsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.