ECLI:NL:CRVB:2008:BE9380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vergoeding loonschade na intrekking loonsanctie door UWV
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV dat haar verplichtte het loon van een werknemer door te betalen over een bepaalde periode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV herroept later het besluit na jurisprudentie en erkent de onrechtmatigheid.
Appellante trok daarop het hoger beroep in en vorderde vergoeding van de loonschade, re-integratiekosten en proceskosten. De Raad overwoog dat het UWV door het onrechtmatige besluit een onrechtmatige daad heeft gepleegd en aansprakelijk is voor de schade.
De Raad stelde vast dat slechts 70% van het doorbetaalde loon, conform wettelijke bepalingen, voor vergoeding in aanmerking komt, inclusief werkgeverslasten en wettelijke rente. Ook werden proceskosten toegewezen. De Raad wees een beroep op willekeur af vanwege interne richtlijnwijzigingen bij het UWV.
De uitspraak bevestigt dat het UWV aansprakelijk is voor schade voortvloeiend uit onrechtmatige besluiten en benadrukt het belang van een zorgvuldige schadevergoeding conform het burgerlijk recht.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van 70% van de loonschade en proceskosten aan appellante.