ECLI:NL:CRVB:2008:BE9174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Correcties premiebetaling vakantiedagen en vakantiebijslag bij beëindiging uitzendwerk
Deze zaak betreft correcties op premiebetalingen door het UWV aan een uitzendbureau over de jaren 2000 tot en met 2003, specifiek gerelateerd aan de uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen en vakantiebijslag van uitzendkrachten die hun werkzaamheden feitelijk beëindigden in de laatste weken van het jaar, terwijl betaling pas in het volgende jaar plaatsvond.
Het UWV stelde dat deze bedragen als loon in het jaar van beëindiging moesten worden verantwoord, omdat ze toen vorderbaar en inbaar waren. De rechtbank had het beroep van het uitzendbureau gegrond verklaard en het besluit op bezwaar deels vernietigd, maar op onjuiste gronden. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt het besluit volledig.
De Raad benadrukt dat de vorderbaarheid van vakantiedagen en vakantiebijslag afhankelijk is van het einde van de arbeidsovereenkomst. In gevallen waarbij uitzendkrachten hun werkzaamheden feitelijk beëindigen zonder expliciete opzegging, kan niet zonder meer worden aangenomen dat de bedragen vorderbaar zijn in het jaar van beëindiging. Het UWV heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar deze situatie.
Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het hoger beroep van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van het uitzendbureau.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geheel vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen; het hoger beroep van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard.