ECLI:NL:CRVB:2008:BE8889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks psychische klachten
Appellante was werkzaam als barmedewerkster en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd geconcludeerd dat zij in staat was haar werk te verrichten. Ondanks een onwerkbare arbeidsrelatie en het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, werd haar verzoek om ziekengeld afgewezen.
Appellante voerde aan dat haar klachten niet alleen arbeidsgerelateerd waren en dat zij vanwege depressie, paniekstoornis en medicatie niet geschikt was voor haar werk. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de werkzaamheden eenvoudig en zonder hoge stress waren, en appellante geschikt was deze uit te voeren.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het Uwv zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de omschrijving van de werkzaamheden en de belasting daarvan juist was. De Raad verwierp de stelling dat het werk uitermate stressvol was en dat appellante meer uren werkte dan aangenomen.
Ook werd geoordeeld dat de trage besluitvorming door het Uwv niet tot een ander oordeel leidt. De Raad bevestigde dat appellante per 1 juli 2004 geschikt was haar arbeid te verrichten en dat het bestreden besluit terecht was genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 1 juli 2004 geschikt was haar werkzaamheden te verrichten en weigert ziekengeld toe te kennen.