ECLI:NL:CRVB:2008:BE8888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden bij herziening WAO-uitkering
Appellante ontving sinds januari 2003 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in oktober 2005 naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat in eerste aanleg door de rechtbank gegrond werd verklaard vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische beperkingen zodanig ernstig zijn dat zij niet beschikt over duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden. Zij ondersteunde dit met rapportages van haar behandelend psychiater en klinisch psycholoog. De Raad toetste dit aan de wettelijke criteria en concludeerde dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor het ontbreken van duurzame benutbare mogelijkheden, omdat zij niet bedlegerig is, niet opgenomen is in een instelling en adequaat functioneert in zelfverzorging en sociale contacten.
De Raad oordeelde dat het UWV, mede op basis van een aanvullende arbeidsdeskundige rapportage, voldoende gemotiveerd heeft dat appellante over duurzame mogelijkheden beschikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het beroep tegen het nieuwe UWV-besluit werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.