ECLI:NL:CRVB:2008:BE2716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van verlies verdienvermogen
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het UWV trok deze uitkering in na een herbeoordeling waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van verlies aan verdienvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn knieklachten en het feit dat hij nog niet was uitbehandeld. Tevens overhandigde hij medische stukken ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de beschikbare medische informatie niet bleek dat appellant ernstiger beperkt was dan het UWV aannam. Ook het niet uitbehandeld zijn bood geen reden om het oordeel te herzien.
De Raad concludeerde dat de psychische klachten pas na de datum in geding zijn ontstaan en dat er geen aanwijzingen waren voor psychopathologie op die datum. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij ernstiger beperkt was.