ECLI:NL:CRVB:2008:BE0068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, een WAO-uitkeringsgerechtigde, meldde op 30 december 2004 een toename van haar arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde de herziening van haar uitkering op grond van medisch onderzoek door verzekeringsartsen en informatie van behandelaars, waaruit geen verslechtering bleek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de klachten niet objectief waren onderbouwd en dat een vermeende toename van klachten niet automatisch leidt tot toegenomen beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat niet alle relevante medische informatie was betrokken, met name van de internist, en dat zij psychische klachten had die niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat de verzekeringsarts geen aanleiding zag om de beperkingen te verhogen en dat de bezwaarverzekeringsarts dit oordeel bevestigde. De Raad vond geen aanwijzingen voor een verslechtering van de gezondheidstoestand en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.