ECLI:NL:CRVB:2008:BE0064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling
Appellante, die zich ziek meldde vanuit een WW-uitkering wegens psychische en gewrichtsklachten, kreeg een weigering van verdere Ziektewet-uitkering door het UWV. Na een medische herbeoordeling door verzekeringsarts Biemond-Phaff werd vastgesteld dat zij vanaf 23 januari 2006 geschikt was voor een geduide functie zoals productiemedewerker industrie. Het bezwaar tegen deze weigering werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was, met name dat haar klachten van depressiviteit, slapeloosheid, stress en gewrichtsproblemen niet adequaat waren onderzocht. Tevens vroeg zij om benoeming van een onafhankelijke arts.
De Raad stelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was verricht, waarbij geen depressieve symptomen of objectiveerbare gewrichtsafwijkingen werden vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef dit oordeel en concludeerde dat de psychosociale problemen niet direct voortvloeiden uit een medische aandoening van appellante. De ingebrachte medische informatie van huisarts en fysiotherapeut bood geen aanleiding tot twijfel over het oordeel.
De Raad oordeelde dat appellante met ingang van 23 januari 2006 niet langer ongeschikt was voor haar arbeid en dat de weigering van verdere Ziektewet-uitkering terecht was. Er was geen grond voor een onafhankelijk medisch onderzoek. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere Ziektewet-uitkering omdat appellante niet langer ongeschikt is voor haar arbeid.