ECLI:NL:CRVB:2008:BE0062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 29 mei 2003 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 1 augustus 2005 in, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit met een intrekking per 31 augustus 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, steunend op de medische en arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek te kort was en slechts een momentopname betrof, terwijl haar klachten waren toegenomen. Ook stelde zij dat zij niet voldeed aan de opleidingseisen voor de passende functies. De Raad overwoog dat de aanvankelijke toekenning van de WAO-uitkering niet uitsluitend op medische gronden was gebaseerd, maar mede op arbeidskundige gronden die niet volledig geactualiseerd waren.
De Raad kon zich verenigen met de rechtbank dat de medische onderbouwing van het bestreden besluit juist was en dat appellante haar stelling van verdere beperkingen niet met medische stukken had onderbouwd. Rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en revalidatiearts boden geen aanwijzingen voor zwaardere beperkingen. De Raad bevestigde dat appellante in staat was om diverse passende functies uit te oefenen, met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 15%. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 31 augustus 2005 wordt bevestigd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.