ECLI:NL:CRVB:2008:BE0038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over geschiktheid voor functie conciërge na ziekte
Appellant was tot 31 augustus 2005 conciërge op een school voor volwasseneneducatie en meldde zich ziek met paniekaanvallen en hartkloppingen. Na medisch onderzoek verklaarde de verzekeringsarts appellant per 13 februari 2006 hersteld voor zijn eigen werk. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd na heroverweging door een bezwaarverzekeringsarts ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het UWV omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de functie van conciërge bij een soortgelijke werkgever niet als passende arbeid werd aangenomen. Het UWV herzag het besluit en handhaafde het bezwaarbesluit, waarbij een bezwaararbeidsdeskundige een uitgebreide functiebeschrijving van de conciërgefunctie gaf. Appellant betwistte in hoger beroep de juistheid van deze functiebeschrijving en overhandigde een andere takenlijst.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige de functie adequaat en gemotiveerd had beschreven en dat de aanvullende takenlijst van appellant in essentie niet afweek van deze beschrijving. Het UWV had daarmee naar behoren uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.