ECLI:NL:CRVB:2008:BD9993
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen UWV-besluit WW-uitkering
Verzoeker kreeg op 8 maart 2006 een WW-uitkering met een korting van 35% gedurende 26 weken. Zowel verzoeker als zijn werkgever maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde deze bezwaren ongegrond op 20 oktober 2006. De rechtbank vernietigde dit besluit op 28 augustus 2007 en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Omdat het UWV geen nieuw besluit nam, vroeg verzoeker op 8 februari 2008 bij de rechtbank om een voorlopige voorziening om het UWV te dwingen alsnog een nieuw besluit te nemen. De rechtbank stuurde dit verzoek door aan de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep van verzoeker schorsende werking heeft, waardoor het UWV niet verplicht is uitvoering te geven aan de opdracht van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 30 juni 2008 gedaan door M.A. Hoogeveen, in aanwezigheid van griffier S.H. Peper.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het hoger beroep schorsende werking heeft.