ECLI:NL:CRVB:2008:BD9566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor alternatieve arbeid ondanks ziekte van Sjögren
Appellante was werkzaam als receptioniste/telefoniste en viel in mei 2002 uit met psychische klachten. Na medisch onderzoek werd zij beperkt tot 20 uur per week en ongeschikt voor haar eigen werk, maar geschikt voor andere functies, wat leidde tot weigering van een WAO-uitkering. In oktober 2003 meldde zij zich ziek met dezelfde klachten, maar het Uwv weigerde ziekengeld omdat zij geschikt werd geacht voor de eerder vastgestelde functies.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar ziekte van Sjögren haar arbeidsvermogen verder beperkte. De Raad liet een internist onderzoek doen, die bevestigde dat de beperkingen waren meegewogen en dat appellante geschikt was voor de alternatieve functies, met uitzondering van mogelijke tijdelijke uitval.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en concludeerde dat het Uwv terecht het ziekengeld had geweigerd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor alternatieve functies ondanks haar ziekte van Sjögren.