ECLI:NL:CRVB:2008:BD9215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit onvoldoende was gemotiveerd, onder meer vanwege onduidelijkheden over de Functionele Mogelijkhedenlijst en de beoordeling van beperkingen zoals tillen, buigen en reiken. De Raad stelde vast dat eerdere beperkingen niet zonder meer konden worden losgelaten zonder nadere motivering.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.