ECLI:NL:CRVB:2008:BD9211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste vaststelling arbeidsbeperkingen
Appellant ontvangt sinds 2001 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 25 mei 2005 in omdat appellant voor minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking gegrond vanwege onvoldoende motivering over de belasting van de geduide functies.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat functies te zwaar voor hem zijn vastgesteld. Tevens vordert hij vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase. De Raad onderschrijft de medische beoordeling van het UWV en acht de aanvullende informatie van de huisarts niet relevant of nieuw. De Raad vindt de motivering van de rechtbank over proceskosten terecht.
Het UWV nam een nader besluit op 28 februari 2007 waarin de intrekking werd gehandhaafd met een nadere motivering dat de belasting van de functies niet te zwaar is. Appellant voerde geen nieuwe gronden aan. De Raad verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak. Vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep tegen het besluit van 28 februari 2007 wordt ongegrond verklaard.