ECLI:NL:CRVB:2008:BD9203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 55-65%
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar, waarin werd bevestigd dat het UWV terecht een WAO-uitkering had toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Appellant stelde dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat de geselecteerde functies te zwaar waren, mede vanwege onvoldoende rekening met zijn opleidingsniveau en taalvaardigheid.
De Raad heeft de medische gegevens, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en informatie van de huisarts en GGZ, zorgvuldig bestudeerd. Er werden geen aanwijzingen gevonden om te twijfelen aan het medische oordeel dat ten grondslag lag aan het bestreden besluit. De bezwaarverzekeringsarts had de beperkingen adequaat vastgesteld en de bevindingen van de door appellant overgelegde verzekeringsarts leidden niet tot een ander oordeel.
Ook de stelling van appellant dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat dit al bestond ten tijde van het bestreden besluit, werd door de Raad niet gevolgd. De bezwaarverzekeringsarts had dit reeds beoordeeld en geen aanleiding gezien het eerdere standpunt te wijzigen.
De Raad concludeert dat appellant medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en over het vereiste taal- en opleidingsniveau beschikt. De toekenning van de WAO-uitkering op basis van 55-65% arbeidsongeschiktheid berust op goede gronden en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De toekenning van een WAO-uitkering op basis van 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.