ECLI:NL:CRVB:2008:BD9198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsbeperkingen
Appellante ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering, die per 24 september 2004 is ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege onvoldoende motivering in de beroepsfase.
In hoger beroep betwist appellante de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en voert zij aan dat zij zwaardere beperkingen heeft dan door het UWV is vastgesteld, onder meer op basis van een nieuw psychiatrisch rapport. Het UWV handhaaft echter de eerdere beoordeling en geeft nadere toelichting op de belasting van functies.
De Raad stelt vast dat het rapport van Stek onvoldoende reden geeft om de beperkingen in de FML bij te stellen, mede omdat het rapport niet specifiek betrekking heeft op de relevante datum en de beperkingen deels subjectief ervaren zijn. Ook andere aangevoerde bezwaren, zoals een foutieve geslachtsaanduiding en tilbelasting, worden verworpen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.