ECLI:NL:CRVB:2008:BD8975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en geschiktheid functies na medische en arbeidskundige toetsing
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en te verlagen naar een klasse van 25 tot 35% per 1 september 2005, nadat eerder een uitkering was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat alleen de arbeidskundige aspecten aan de orde waren en dat de functies geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep richt appellant zich tegen de medische grondslag van het besluit en betwist hij zijn geschiktheid voor de functies en de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit. De Raad overweegt dat de medische belastbaarheid reeds onherroepelijk is vastgesteld in een eerdere uitspraak, waartegen geen hoger beroep is ingesteld, en dat er geen nieuwe medische gegevens zijn die dit oordeel wijzigen.
De Raad bevestigt dat de functies productiemedewerker textiel, elektronica-monteur en productiemedewerker industrie medisch gezien binnen het bereik van appellant liggen en dat de arbeidskundige rapportages voldoende inzichtelijk en toetsbaar zijn. Ook acht de Raad de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit juist. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de WAO-uitkering bevestigd.