ECLI:NL:CRVB:2008:BD8951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende toelichting functieschatting
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit voldoende vond.
In hoger beroep stelde appellante dat het aangepaste Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende inzichtelijk, toetsbaar en verifieerbaar is en dat de arbeidskundige aspecten onvoldoende waren onderzocht. Tevens stelde zij dat het besluit een onjuiste medische grondslag had.
De Raad overwoog dat de medische grondslag voldoende was onderbouwd en dat appellante haar stelling niet met medische stukken had onderbouwd. Wel oordeelde de Raad dat pas met de in hoger beroep overgelegde rapportage van september 2007 een voldoende inzichtelijke en toetsbare toelichting op de geschiktheid van de functies was gegeven. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.