ECLI:NL:CRVB:2008:BD8937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 29 maart 2005, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat er sinds april 2004 geen veranderingen in haar gezondheidstoestand waren en dat recente medische informatie had moeten worden ingewonnen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit zorgvuldig en deugdelijk is onderbouwd, mede op basis van een onderzoek door een verzekeringsarts die een aanpassingsstoornis constateerde zonder ernstige psychiatrische pathologie.
De Raad stelt vast dat appellante geen medische informatie heeft aangeleverd die het oordeel van de artsen weerlegt. Ook de functies die appellante geacht wordt te kunnen vervullen, betreffen licht productiewerk passend binnen haar mogelijkheden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.