ECLI:NL:CRVB:2008:BD8936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 7 juni 2005, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met een urenbeperking en met informatie van haar behandelend psychiater. De Raad stelde vast dat de psychiater destijds niet op de hoogte was van de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 21 februari 2005, waarin ook psychische klachten waren meegenomen.
De bezwaarverzekeringsarts motiveerde dat er geen indicatie was voor een urenbeperking, omdat er geen significant energieverlies was, geen behandeling die beschikbaarheid beperkte, en geen preventieve noodzaak om appellante te beschermen. De Raad concludeerde dat appellante met de aangenomen belastbaarheid de voorgelegde functies kan verrichten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is.