ECLI:NL:CRVB:2008:BD8774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkering wegens winst uit eigen onderneming
Appellante, een zelfstandige die arbeidsongeschikt raakte, kreeg vanaf 31 december 2002 een WAZ-uitkering toegekend. Het UWV besloot echter de uitkering vanaf 1 januari 2003 stop te zetten wegens inkomsten uit haar eigen onderneming. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij geen verlies aan verdiencapaciteit had ten opzichte van eerdere jaren.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzekering de uitkering moet betalen ongeacht winst of verlies, en dat terugvordering onredelijk is. De Raad overwoog dat de WAZ een verzekering tegen inkomensverlies is, waarbij het inkomen van een gezonde zelfstandige wordt vergeleken met de resterende verdienmogelijkheid. Winst uit onderneming is dus relevant voor het recht op uitkering.
Verder wees de Raad erop dat jaarcijfers vaak pas na afloop van het boekjaar beschikbaar zijn, waardoor de uitkering later kan worden aangepast. Appellante was tijdig geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van haar winst. Omdat zij de jaarcijfers pas laat aanleverde, was het redelijk dat het UWV de uitkering corrigeerde. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAZ-uitkering wegens winst uit eigen onderneming.