ECLI:NL:CRVB:2008:BD8760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen waarin werd geoordeeld dat het UWV terecht niet terugkwam op eerdere besluiten van 6 januari 2004 en 15 december 2004 om een WAO-uitkering te weigeren. Het UWV had bij besluit van 11 maart 2005 het verzoek van appellante afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard op 22 juli 2005.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de juiste maatstaf had gehanteerd door te toetsen of sprake was van nieuw gebleken feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad deelt dit oordeel en ziet geen reden om aan te nemen dat het UWV onredelijk of in strijd met rechtsregels heeft gehandeld.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet en uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van het UWV blijven in stand.