ECLI:NL:CRVB:2008:BD8623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen en toeslag na verhuizing naar buitenland
Appellant, geboren in Nederland in 1939, verhuisde in september 1968 naar Duitsland waar hij sindsdien woont. Hij ontving vanaf 1 november 2004 een AOW-pensioen ter hoogte van 28% van het volledige pensioen en een toeslag van 12%, gebaseerd op het feit dat hij sinds zijn verhuizing niet meer verzekerd was krachtens de AOW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze korting ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van zijn verhuizing naar het buitenland voor zijn AOW-rechten. Hij stelde dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hem had moeten informeren over de mogelijke inhouding van premies op zijn WAO-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant sinds zijn verhuizing geen ingezetene meer was van Nederland en geen in Nederland belast loon genoot, waardoor hij niet verplicht verzekerd was voor de AOW. De korting op het pensioen en de toeslag was daarom terecht vastgesteld. Daarnaast ligt het primair op de weg van de betrokkene om zich te informeren over de gevolgen van een verhuizing naar het buitenland. Er was geen bewijs dat de Svb onjuiste informatie had verstrekt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen en toeslag vanwege het ontbreken van AOW-verzekering na verhuizing naar Duitsland.