ECLI:NL:CRVB:2008:BD8505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid door myasthenia gravis
Appellant, voormalig adjunct-directeur, viel uit wegens psychische klachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. Deze werd in 2003 herzien naar 65-80%. In 2004 meldde appellant toegenomen arbeidsongeschiktheid door myasthenia gravis, waarna de uitkering weer werd verhoogd naar 80-100%. Later onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige leidde tot een nieuwe herziening naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en bracht aanvullende medische verklaringen in, waaronder van zijn neuroloog. De bezwaarverzekeringsarts voerde aanvullend onderzoek uit en paste de Functionele Mogelijkheden Lijst aan, maar concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de aan hem toegerekende functies. De bezwaararbeidsdeskundige ondersteunde deze conclusie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de toegenomen klachten en het wisselende ziekteverloop onvoldoende aanleiding gaven om de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid te wijzigen. De Raad vond de functies passend binnen de belastbaarheid van appellant en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op 65-80% arbeidsongeschiktheid.