ECLI:NL:CRVB:2008:BD7626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-uitkering en urenbeperking bij psychische en longklachten
Appellant was sinds september 2002 werkzaam als operator kunststofspinmachine en meldde zich in maart 2003 ziek vanwege psychische en longklachten. Een verzekeringsarts concludeerde dat appellant belastbaar was voor zeer licht fysiek werk zonder urenbeperking, wat leidde tot een WAO-uitkering van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
Appellant betwistte dit en vroeg om een nieuw onderzoek, stellende dat hij niet 40 uur per week kon werken. De bezwaarverzekeringsarts onderzocht de medische gegevens en concludeerde dat er geen medische gronden waren voor een urenbeperking. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende motivering, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat rekening hielden met de longziekte van appellant. Psychische klachten en hartproblemen die na de peildatum ontstonden, werden buiten beschouwing gelaten. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het besluit van het UWV.
De Raad vond geen aanleiding voor een urenbeperking of extra beperkingen met betrekking tot werkdruk, hectiek of conflicthantering. Ook gaf de Raad geen proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd zonder urenbeperking.