ECLI:NL:CRVB:2008:BD7569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAZ-uitkering door het UWV, welke was bevestigd door de rechtbank Utrecht. De rechtbank had geoordeeld dat de medische beperkingen van appellant niet voldoende waren aangetoond en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) correct was opgesteld.
In hoger beroep bracht appellant naar voren dat hij op de datum van intrekking leed aan ernstige depressieve klachten, ondersteund door een psychiatrisch schrijven. De Raad besloot het onderzoek te heropenen en schakelde een onafhankelijke psychiater in, die appellant onderzocht en rapporteerde dat er geen aanwijzingen waren voor een depressie op de datum in kwestie, maar wel stemmingsschommelingen met een neurotische achtergrond.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en de rechtbank dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit juist was. Hierdoor bevestigde de Raad de intrekking van de WAZ-uitkering en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en wijst het beroep van appellant af.