ECLI:NL:CRVB:2008:BD7466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing beslagvrije voet en overschrijding beslistermijn AOW-besluit
Appellanten, erven van betrokkene, voeren in hoger beroep aan dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) ten onrechte de beslagvrije voet heeft vastgesteld en dat de Svb de wettelijke beslistermijn voor het nemen van een besluit op bezwaar heeft overschreden.
De rechtbank Rotterdam had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de Svb gehouden is volledige medewerking te verlenen aan het gelegde beslag en dat geschillen over de geldigheid van het beslag aan de civiele rechter toekomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb geen beoordelingsvrijheid heeft omtrent de hoogte van de beslagvrije voet en dat de bestuursrechter slechts toetst of de Svb binnen het kader van het beslag is gebleven. De Raad stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro niet is overschreden en dat appellanten geen schade hebben aangetoond door de overschrijding van de beslistermijn. De Raad vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt de Svb tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.