ECLI:NL:CRVB:2008:BD6630
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vergoeding aanschaf auto wegens mogelijkheid gebruik taxi
Appellant, een vervolgingsslachtoffer uit 1940-1945, diende een vervolgaanvraag in voor een vergoeding of tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van een auto. Deze aanvraag werd afgewezen door verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, omdat appellant niet medisch of sociaal medisch was geïndiceerd voor deze voorziening. De Raad bevestigde dat appellant een fobie voor openbaar vervoer heeft, maar dat hij in staat wordt geacht gebruik te maken van een taxi.
Appellant voerde aan dat hij voor het onderhouden van sociale contacten en bezoeken aan familie aangewezen was op eigen vervoer, omdat taxi financieel niet haalbaar is. De Raad oordeelde echter dat de vergoeding die appellant reeds ontvangt voor vervoerskosten ook gebruikt kan worden voor de aanschaf van een tweedehands auto. Er waren geen medische of sociale omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldoet aan het uitgangspunt van absolute verhindering om openbaar vervoer en taxi te gebruiken en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant in staat wordt geacht gebruik te maken van een taxi.