ECLI:NL:CRVB:2008:BD6610
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1934 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was en gewond raakte tijdens de Bersiap-periode. Verweerster heeft deze aanvragen steeds afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen.
In 2008 diende appellant een verzoek tot herziening in, waarbij hij geen nieuwe relevante feiten of gegevens aanvoerde die bij eerdere besluiten niet bekend waren. De Raad oordeelde dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster om besluiten te herzien slechts terughoudend kan worden getoetst en dat het verzoek daarom terecht is afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door H.R. Geerling-Brouwer op 3 juli 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten.