ECLI:NL:CRVB:2008:BD5710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant, werkzaam als bouwkundig tekenaar, meldde zich in 1994 ziek met psychische klachten en ontving vanaf 1995 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd meerdere malen herzien, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid varieerde. Na een hartinfarct in 2004 werd de uitkering verhoogd naar 80-100%. In 2005 werd een herbeoordeling uitgevoerd door verzekeringsarts Groen-Broere en arbeidskundigen, die een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opstelden met beperkingen die appellant in staat achten tot licht werk.
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en stelde dat de FML zijn beperkingen onjuist weergaf, met name met betrekking tot het vermogen om bepaalde functies te vervullen. De bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe en de arbeidsdeskundige Stoffijn bevestigden echter de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit, waarbij werd opgemerkt dat beperkingen zoals het vermijden van opkomen uit gebogen houding niet tot aanpassing van de FML leidden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep, oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het bestreden besluit terecht was genomen. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.