ECLI:NL:CRVB:2008:BD5662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende objectieve beperkingen
Appellant heeft een WAZ-uitkering aangevraagd vanwege klachten zoals duizeligheid, vermoeidheid en pijn, die sinds november 2002 zijn ontstaan en hem arbeidsongeschikt zouden maken. Het UWV heeft op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en aanvullende medische informatie besloten de uitkering te weigeren, omdat geen objectief medisch vastgestelde beperkingen zijn gevonden.
In de bezwaarprocedure en het daaropvolgende beroep heeft appellant aanvullende medische gegevens ingebracht, waaronder verklaringen van een reumatoloog en radioloog. Deze gegevens toonden echter geen nieuwe objectieve medische afwijkingen die de arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en uitgebreid was, waarbij ook informatie van behandelend specialisten is betrokken. De medische gegevens tonen geen objectief vastgestelde ziekte of gebrek die de arbeidsongeschiktheid verklaren. Latere medische ontwikkelingen na de peildatum 1 november 2002 zijn niet relevant voor de beoordeling.
Daarmee is het bestreden besluit om de WAZ-uitkering te weigeren terecht gehandhaafd en wordt het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende objectief vastgestelde beperkingen.