ECLI:NL:CRVB:2008:BD5424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar bij intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant heeft de bijstand van betrokkene ingetrokken op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding en het beschikken over voldoende inkomsten. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar tegen het besluit van 25 juli 2003 werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene het besluit pas in februari 2005 had ontvangen en dat het bezwaar tijdig was ingediend. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn pas in februari 2005 begon. Het bezwaar van 4 februari 2005 richtte zich alleen op het besluit van 25 januari 2005, terwijl het bezwaar tegen het besluit van 25 juli 2003 pas op 29 december 2005 werd ingediend, wat te laat is.
De Raad acht deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar en vernietigt het besluit van 15 januari 2008 voor zover dit betrekking heeft op het besluit van 25 juli 2003. Het beroep tegen het besluit van 10 januari 2006 wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 25 juli 2003 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.