ECLI:NL:CRVB:2008:BD5255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering ondanks analfabetisme en gezondheidsklachten
Appellant, een zelfstandige in ambulante handel, meldde zich arbeidsongeschikt vanwege oog- en darmklachten. Het UWV herzag zijn WAZ-uitkering van 45-55% naar 80-100% arbeidsongeschiktheid met ingang van februari 2004, maar trok deze later in wegens nihil verlies aan verdienvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn gezondheid recent was verslechterd en dat zijn analfabetisme hem belemmerde in de geduide functies. Hij overhandigde medische rapporten van huisartsen en specialisten, waaronder Duitse artsen, en zijn vrouw gaf een verklaring over zijn klachten. De Raad oordeelde dat deze informatie betrekking had op tijdstippen na de peildatum en dat de oogklachten sinds 1994 niet wezenlijk waren veranderd.
De Raad stelde vast dat de geduide functies mondelinge instructies vereisen en geen leesvaardigheid, waardoor appellant geschikt wordt geacht voor deze functies. Verder wees de Raad erop dat volgens de WAZ de feitelijke verkrijging van arbeid buiten beschouwing blijft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAZ-uitkering bevestigd.