ECLI:NL:CRVB:2008:BD4914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante, voormalig eindcontroleur, meldde zich ziek met spannings- en lichamelijke klachten. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, werd vastgesteld dat er geen objectief vast te stellen ziekte of gebrek was die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. De verzekeringsartsen concludeerden dat appellante vanaf 11 januari 2006 arbeidsgeschikt was voor haar eigen werk.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, mede omdat geen aanvullende informatie bij haar behandelend sector was opgevraagd en dat zij vanwege psychische beperkingen niet zelf medische informatie kon opvragen. Tevens bracht zij een psychiatrische screening en een rapport van het CIZ in.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om aanvullende informatie op te vragen. De ingebrachte medische informatie bood onvoldoende aanknopingspunten om het standpunt van de verzekeringsartsen te wijzigen. Het CIZ-rapport was niet medisch van aard en kon het oordeel niet beïnvloeden.
De Raad concludeerde dat appellante vanaf 11 januari 2006 niet langer ongeschikt was voor haar werk en dat de weigering van een verdere Ziektewetuitkering terecht was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een verdere Ziektewetuitkering omdat appellante arbeidsgeschikt is verklaard.