ECLI:NL:CRVB:2008:BD4886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresgegevens
Appellant ontving sinds maart 2005 bijstand en vroeg in juni 2005 bijzondere bijstand aan voor woninginrichting. Gemeentelijke bijstandsconsulenten konden het opgegeven woonadres niet vinden en constateerden bij een huisbezoek in augustus 2005 dat de woning niet bewoond leek te zijn. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage trok daarom de bijstand per 1 augustus 2005 in wegens schending van de inlichtingenverplichting en reviseerde de bijstand over de periode maart tot juli 2005, met terugvordering van €3.568,62. Tevens werd een maatregel van 20% verlaging opgelegd bij toekomstige bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door de maatregel te vernietigen, maar oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken vanwege het ontbreken van bewijs dat appellant op het opgegeven adres woonde. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af, omdat appellant geen nieuwe feiten of argumenten aanvoerde.
De Raad bevestigt daarmee de intrekking en terugvordering van de bijstand en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2008.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens het verstrekken van onjuiste woonadresgegevens.