ECLI:NL:CRVB:2008:BD4742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens te hoge inkomsten
Appellanten ontvingen vanaf 28 november 2003 aanvullende bijstand naast hun inkomsten uit loondienst en zelfstandige arbeid. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht trok bij besluit van 27 oktober 2005 de bijstand met ingang van 1 mei 2005 in en herzag de bijstand over de periode 1 januari tot en met 30 april 2005. Tevens werd een bedrag van €2.112,02 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 22 mei 2006 ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. De Raad stelde vast dat de inkomsten van appellanten vanaf 1 mei 2005 hoger waren dan de bijstandsnorm, waardoor de bijstand ten onrechte werd verleend. Ook over de periode 1 januari tot en met 30 april 2005 was de bijstand te hoog toegekend.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen op grond van artikel 54 en Pro 58 van de WWB. Er was geen sprake van schending van de inlichtingenverplichting door appellanten. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die terugvordering in de weg stonden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en appellanten werden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens te hoge inkomsten.