ECLI:NL:CRVB:2008:BD4733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en medische beperkingen bij arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een eerste herbeoordeling door het UWV werd deze uitkering verlaagd naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens trok het UWV het besluit in en stelde een nieuw besluit vast met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen bij het nieuwe besluit waren onderschat en dat er geen objectieve diagnose was gesteld. Zij verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV verdedigde het standpunt dat voor de vaststelling van de belastbaarheid niet de diagnose, maar de medisch geobjectiveerde beperkingen bepalend zijn.
De Raad overwoog dat het klachtenpatroon en de diagnose niet doorslaggevend zijn, maar dat de medisch geobjectiveerde beperkingen centraal staan. De Raad vond de beperkingen zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts juist en zag geen reden om een deskundige te benoemen. Ook achtte de Raad de aan appellante voorgehouden functies medisch geschikt.
Op grond hiervan bevestigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.