ECLI:NL:CRVB:2008:BD4731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 22 mei 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de belastbaarheid van appellante juist was vastgesteld en dat zij de functies kon vervullen die aan de schatting ten grondslag lagen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder een brief en recept van neuroloog Smits. Het UWV leverde een rapport van een bezwaarverzekeringsarts en een arbeidskundige rapportage. De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten die de beperkingen van appellante verder erkennen dan reeds vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de arbeidskundige onderbouwing pas in hoger beroep toereikend werd geleverd. Gezien het belang van een juiste onderbouwing volgens het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem, vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan met toepassing van artikel 8:72, derde lid Awb, in stand.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak bevestigt het belang van een volledige en tijdige arbeidskundige onderbouwing bij het intrekken van WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.