ECLI:NL:CRVB:2008:BD4727

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1158 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringenArt. 22 lid 3 Verdrag sociale zekerheid Nederland-Turkije
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot ten tijde van overlijden

Appellante, woonachtig in Turkije, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in november 2004. Haar echtgenoot ontving vanaf januari 2004 een ouderdomspensioen volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW) maar was niet meer verzekerd onder de ANW omdat hij sinds 2000 niet meer verplicht verzekerd was en geen vrijwillige verzekering had afgesloten.

De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de uitkering af omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Ook internationale regelingen boden geen recht op uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was onder de Turkse wetgeving.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de wettelijke bepalingen omtrent de kring van verzekerden duidelijk maken dat geen aanspraak op de ANW-uitkering bestaat. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was.

Uitspraak

07/1158 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2007, 05/3336 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 18 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2008. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. van der Schuur.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellante woont in Turkije. Haar echtgenoot, die eveneens woonachtig was in Turkije, is op 2 november 2004 overleden. Hij ontving vanaf 1 januari 2004 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellante heeft na het overlijden van haar man een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Appellantes echtgenoot was tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd ingevolge de ANW.
Bij het besluit op bezwaar van 7 juni 2005 heeft de Svb zijn besluit van 10 januari 2005 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en voorts dat appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering door toepassing van internationale regelingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 7 juni 2005 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de ANW.
Ingevolge artikel 13 van Pro de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Turkije woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd.
Voorts was op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen van 24 december 1998, Stb. 746, zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2000, kort samengevat, ook verzekerd krachtens de volksverzekeringen degene die buiten Nederland is gaan wonen en op de dag van vertrek een bepaalde Nederlandse uitkering, zoals bijvoorbeeld een ouderdomspensioen krachtens de AOW, ontving ter hoogte van ten minste een nader omschreven bedrag per maand. Deze bepaling is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. Personen, zoals de echtgenoot van appellante, die tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd waren krachtens de volksverzekeringen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig te verzekeren krachtens onder meer de ANW. Niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op 2 november 2004 niet meer verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak kan bestaan op een nabestaandenuitkering krachtens die wet.
Tot slot stelt de Raad vast dat door appellante niet is betwist dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Turkse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22, derde lid, van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen aanleiding een partij te veroordelen in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2008.
(get.) H.J. Simon.
(get.) M. Pijper.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
OA